Nieuws

Tevreden boeren

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Op hun boerderij in Jonkerslân melken Wiemer en Janny Elzinga veertig Friese roodbonte koeien. Met de hand, in een ouderwetse grupstal.  Broer en zus hebben er een lange dagtaak aan. “Dit is ús libben, wy wolle net oars.”

Buiten staat een gure oostenwind, maar in de grupstal onder de lage zoldering is het behaaglijk. Binnen hangt een zoetige lucht: de geur van hooi en stro vermengd met stront die niet stinkt. De roodbonte koeien liggen zij aan zij op hun strobed te herkauwen, een enkeling staat rechtop te vreten. Ook het vreemde bezoek kan de rust niet verstoren; Wiemer en Janny zijn erbij, dus is het goed. Gesnuif, geritsel, zo nu en dan een klaterende straal, dan weer die levende stilte.  Als de zon voor even door de stalraampjes piept, gloeit het rood van de glanzende vachten op. De boze boeren uit het nieuws van de afgelopen maanden lijken hier aan de Fûgelsang ver weg.

Smûk

De oude stal, die er nog net zo uitziet als vijftig jaar geleden, is de favoriete plek van Janny. “It is hjir rêstich en smûk, ik mei graach tusken de kij en de keallen wêze.” Voor Wiemer geldt hetzelfde, maar hij kijkt ook uit naar het moment waarop hij weer het land in kan. “Ik bin in fjildman.” En dat weet de omgeving ook. Als het voorjaar zich bij de Elzinga’s aandient, stoppen auto’s langs de kant van de weg om even over het bontgekleurde grasland uit te kijken. Zo ziet bloemrijk boerenland er anders alleen uit op oude Verkadeplaatjes of de schilderijen van Ids Wiersma. “Wy buorkje op sângrûn mei in laachje swarte ierde. Dus hielendal sûnder keunstmest kin net, mar wy brûke foaral fêste dong.”

Melken doen Wiemer en Janny samen, woorden hebben ze daarbij niet nodig. “Wy ha deselde gedachten, wy witte krekt wat wy dwaan moatte.” Vooraf steekt Wiemer het hooi op de zoldering zodat Janny het voer gedoseerd voor elke koe door de luikjes kan schuiven. Het melken gebeurt met drie staande apparaten: de melk vangen ze op in een losse verzamelketel die ze weer legen in de weidetank.  Bewerkelijk, beaamt Janny. “It giet op de âlderwetske manier, mar sa buorkje fine wy it moaist.” Na afloop ververst Janny het stro en schept Wiemer de grup leeg. De overdekte opslag met vaste mest op het erf groeit zo elke dag aan met zestien flinke kruiwagens.

Levendig

De dag begint om half vijf ’s morgens en eindigt in deze tijd als het al donker is. Hoewel ze allebei al aardig op leeftijd raken, hebben ze aan een ‘knipperke’ tussendoor geen behoefte. “Sa no en dan as wy in nacht mei kealerij hân ha, mar fierder net. Ik tink dat wy der te libbendich foar binne.” Heeft hij de handen even vrij dan duikt Wiemer de groentetuin in. Janny is de kok. “No ja, kok. Ite dogge we tuskentroch.” Op hun manier kunnen ze met z’n tweeën de veestapel aan, uitbreiden is niet aan de orde. “We helje der in ynkommen út, dat is ús genôch.” Een auto hebben ze niet, als ze er al eens opuit gaan dan pakken ze de brommer. In noodgevallen zoals doktersbezoek kunnen ze altijd een beroep doen op de buren.

Oerbliuwerkes

De liefde voor het Friese roodbonte vee hebben ze van heit. Dertien jaar oud kwam heit als boerefeint al in de kost bij de dikke boeren op de klei. “De klaaiboeren hiene swart stamboekfee. As der dan ris in readbont kealtsje tusken siet, moast dat sa gau mooglik fuort. Mar ús heit fûn dat eins de moaiste kij, mei sokke oerbliuwerkes is hy foar himsels begûn.” Eerst op een boerenbedoeninkje aan het Heidemar, later vanwege de stadsuitbreiding van Heerenveen verkaste het gezin naar Jonkerslân.

Heit kon niet zonder zijn vee en niet zonder mem. Dus toen mem parkinson kreeg, bleven Wiemer en Janny thuis wonen om heit bij te staan en mem te verzorgen. “Sa gong dat, wy wiene de neikommerkes.” Na de dood van heit en mem moesten zij de boerderij dan ook maar voortzetten, vonden de oudere broers. “Dat is no tritich jier lyn. En útsein dat wy der wat lân by krigen ha, is der eins neat feroare. Wy binne tefreden sa.”

Roodbont stamboek

Ondertussen heeft hun veestapel van de Stichting tot Behoud van het Roodbont Friese Vee het predicaat stamboek gekregen, na DNA-onderzoek van Wageningen Universiteit . “Wy binne ien fan de weinige molkfeebedriuwen mei Fryske readbonten.  Se jouwe wat minder molke, mar it binne robuuste kij. Wy ha amper ferlet fan antibiotica”, aldus Janny. De rijke vet- en eitwitpercentages van de melk wegen economisch gezien weer op tegen de lagere literopbrengst. Alles wat de koeien binnenkrijgen komt van eigen land.  Ook het krachtvoer, de eerste snee gaat elk jaar naar de grasdrogerij om er grasbrokken van te maken. Aan bijvoeren met maïs doen ze niet. “Wy sitte rom yn it lân, dus we kinne ússels betsjinje. Ek yn in drege tiden as ferline jier.”

De stikstofproblematiek raakt hun bedrijf niet, maar dat betekent niet dat de Elzinga’s zich er niet over opwinden. “It regear kin net samar de skuld by de famyljebedriuwen dellizze. Dat is net terjochte. Wy kinne op ús manier buorkje omdat wy frijgesel bleaun binne. Mei in gesin hie soks net kind.”