Nieuws

Toekomst landgoederen Beetsterzwaag en Olterterp

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

Een nieuw verdienmodel om de landgoederen in Beetsterzwaag en Olterterp in stand te houden is er nog niet. Maar het project ‘de 7 bossen van Beetsterzwaag’ heeft veel opgeleverd: bewustwording van het probleem, landgoedeigenaren die samenwerken, betrokkenheid van overheden en nieuwe paden en routes.

Een betere verdeling van de lusten en de lasten. Dat was drie jaar geleden in het kort de doelstelling bij de start van het project ‘de 7 bossen van Beetsterzwaag’. De particuliere landgoedeigenaren draaien op voor de lasten van het onderhoud, terwijl anderen er de lusten van hebben. Bewoners en toeristen genieten al wandelend en fietsend van de omgeving, lokale (horeca-)ondernemers plukken de economische vruchten. Dat is op de lange termijn niet houdbaar, was de boodschap. Er moet een nieuw verdienmodel komen.

Afgelopen vrijdag is het project met een symposium afgesloten. Het nieuwe verdienmodel is er nog niet. Daarvoor was drie jaar te kort. Projectleider Age Fennema: “We zijn eigenlijk zonder voldoende voorbereiding begonnen. De landgoedeigenaren zijn een bont gezelschap met verschillende belangen en verschillende visies. Het was lang zoeken naar gedeelde belangen. Het kostte veel tijd om met elkaar te bepalen wat we eigenlijk wilden.” Toch ziet Fennema vooral het halfvolle glas. “Er is best veel bereikt om mee verder te gaan.”

Twaalf Apostelen Olterterp.

Onderhoud

Op de landgoederen zijn veel landschapselementen gerestaureerd, er is veel achterstallig onderhoud weggewerkt, er zijn nieuwe routes aangelegd en betere faciliteiten voor de bezoekers gerealiseerd. Alles is vooral betaald met incidentele subsidie. Maar daar ben je er niet mee, onderstreepte Luuk Geerts, rentmeester van het a.s.r.-landgoed Olterterp-Lauswolt. Anderhalf jaar geleden is er bijvoorbeeld nabij Het Witte Huis in Olterterp een groot parkeerterrein aangelegd. Een recente foto laat scheefgezakte paaltjes en grote, met regenwater gevulde gaten in de verharding zien. Kortom: na anderhalf jaar is er alweer onderhoud nodig. Daarmee komt direct probleem twee op tafel: wie gaat dat betalen? Het hoort volgens Geerts bij de dagelijkse dilemma’s van een rentmeester. Een ander voorbeeld. De grote en kleine vijver in het gebied achter Het Witte Huis zijn helemaal opgeschoond en uitgediept. De eerste verlanding van de vijvers is nu al weer zichtbaar. Landschapsarchitect Berno Strootman: “Het gaat hier niet om natuur maar om cultuurlandschap, een combinatie van natuur en cultuur. Trekken de mensen de handen ervan af, dan neemt de natuur razendsnel weer de overhand.”

Er zijn grenzen

De eigenaren willen de landgoederen maar wat graag openstellen voor publiek. Dat past bij hun doelstellingen, maar is vaak ook een verplichting voor het ontvangen van overheidssubsidies. Bij openstelling komt echter veel kijken. Laat je bezoekers toe, dan moet je wel zorgen dat de paden en alles wat daarbij hoort goed zijn onderhouden. Leidt slecht onderhoud namelijk tot ongelukken van wandelaars of fietsers, dan zijn de eigenaren aansprakelijk. “Je wilt verbindingen leggen”, aldus oud-minister Wim Deetman, nu voorzitter van de Cornelia-Stichting. “Maar dat levert continu dilemma’s op. Wat kan wel, wat kan niet.” Freddy d’Ansembourg van landgoed Harinxma State gaat nog een stapje verder. “De mens is de grootste vijand van de natuur. De natuurwaarden in sommige delen van het landgoed kunnen we alleen maar overeind houden door geen bezoekers toe te laten. Recreatieve druk is een van de oorzaken van het teruglopen van biodiversiteit. Er zijn grenzen.”

Onderzoekers berekenden dat het onderhoud dat nodig is voor de openstelling voor publiek de landgoedeigenaren jaarlijks 150.000 euro kost. Daar staat slechts 30.000 euro subsidie tegenover. De resterende 120.000 euro betalen de eigenaren uit eigen zak.

Blik op overheid

Bij de zoektocht naar extra geld voor het in stand houden van de landgoederen zijn de ogen voor een belangrijk deel ook gericht op de gemeente Opsterland en de provincie Fryslân. Onderzoeker Frans Sijtsma van de Rijksuniversiteit Groningen becijferde dat daar voldoende reden toe is. Uit zijn onderzoek blijkt dat de waarde van de 28.000 woningen in een straal van 7 kilometer rond de landgoederen, dankzij de fraaie omgeving 211 miljoen euro extra waard zijn. Dat brengt de gemeente Opsterland en Smallingerland samen jaarlijks 300.000 euro extra aan OZB in het laadje. De landgoederen zorgen volgens Sijtsma in vergelijking met vergelijkbare dorpen bovendien voor 2,5 keer zoveel banen in horeca, logies en winkels. De landgoedeigenaren kunnen hun pijlen ook richten op de provincie Fryslân, de verdeler van de natuursubsidies. Sijtsma concludeert dat 125 hectare van de landgoederen valt onder de parkachtige landschappen, terwijl ze nu als bos op papier staan. Dat scheelt jaarlijks 110.000 euro subsidie.

Maarten Ruys, voorzitter van de Vereniging De Opsterlandse Groene Parels, benadrukte direct dat de landgoedeigenaren zeker niet de indruk willen wekken dat ze alleen de hand op willen houden. Hulp van de overheden is ook op andere terreinen welkom. Daarbij wordt veel verwacht van de mogelijkheden in de nieuwe Omgevingswet. Wim Deetman (Cornelia-Stichting) vindt het een heel goed signaal dat Opsterland de landgoederen heeft opgenomen in haar Omgevingsvisie. “Dat is een erkenning van het belang van de landgoederen. Dat moeten we samen oppakken.”

Projectleider Age Fennema concludeert dat Opsterland hierdoor nu ook mede-eigenaar van het probleem is geworden. Wethouder Anko Postma ziet ook kansen in de nieuwe Omgevingswet. “Dan kunnen we af van wat niet mag en niet kan en kunnen we veel meer kijken naar kansen. Ik zou zeggen: nuchter nadenken en schouders eronder.” Postma geeft ook direct een waarschuwing. “Ondernemerschap is heel belangrijk in het vervolg. Ondernemers die baat hebben bij de landgoederen moeten ook hun motivatie laten zien om kansen te pakken. Ieder op zijn eigen manier.”

Sommige landgoedeigenaren willen ook onderzoeken of het mogelijk en goed inpasbaar is op de landgoederen te bouwen. Ook daar kunnen inkomsten uit gehaald worden. Luuk Geerts (a.s.r.): “Het gaat dan niet om het bouwen van dure woonvilla’s, maar bebouwing met een maatschappelijke functie zoals een schaapskooi of zorglandgoed. Regelgeving staat deze oplossingen nu nog in de weg, maar de nieuwe Omgevingswet kan daar verandering in brengen.” Concrete plannen heeft Geerts nog niet.

Bewustwording

Misschien nog wel de belangrijkste winst van het project is de bewustwording van het unieke van het landgoederenlandschap. Dat begint bij het gegroeide besef van de landgoedeigenaren dat er veel winst is te halen uit samenwerking. Onder andere door de jaarlijkse Landgoeddag beseffen ook steeds meer wandelaars en fietsers dat ze voor hun ontspanning gebruikmaken van particulier grondgebied. Ook de beide dorpen Beetsterzwaag en Olterterp tonen steeds meer betrokkenheid. Een fikse groep vrijwilligers helpt bijvoorbeeld bij het onderhoud van paden. Projectleider Fennema waarschuwt er wel voor dat je niet te veel kunt bouwen op een vrijwilligersorganisatie. “Het is gebleken dat je daardoor ook kwetsbaar bent.”

 

Toekomstperspectief

Landschapsarchitect Berno Strootman krijgt, voortbordurend op de ontwikkelingsvisie ‘Parels in een groen frame’ uit 2012, opdracht een toekomstperspectief voor het parklandschap te ontwikkelen, in samenwerking met de eigenaren, overheden en de burgers. Herstel van oude lanen en structuren in het landschap rond Beetsterzwaag en Olterterp vormen volgens Strootman de basis. “Die oude lijnen zijn nu niet altijd goed zichtbaar.” Mooi voorbeeld is het eeuwenoude Kerkepad dat helemaal is opgeknipt in stukken. Een gedeelte is een pad door het land, een ander gedeelte is een beklinkerde straat in het dorp. “Dat dit bij elkaar hoort, herken je alleen maar met een kaart in de hand.” Zo zijn er nog veel meer elementen die de historische kwaliteit van het parklandschap veel beter beleefbaar kunnen maken. “Bovendien genieten wandelaars en fietsers vooral van de variatie in bos en open ruimten die zo kenmerkend zijn voor de landgoederen. Per landgoed gaan we kijken hoe we dat kunnen versterken.” Strootman schat dat het herstel en de kwaliteitsverbetering van het landgoederenlandschap tien tot vijftien miljoen euro kost. “We moeten goed kijken welk deel de eigenaren hiervan zelf op kunnen brengen.” Strootman wil ook de mogelijkheden bestuderen voor nieuwe attracties die passen bij de landgoederen en die extra toeristen kunnen trekken. “In het verleden stond Beetsterzwaag daarom bekend.”

Boslaan Poostweg.

De 7 bossen van Beetsterzwaag

Doel van het project ‘de 7 bossen van Beetsterzwaag’ is het ontwikkelen van een ‘verdienmodel’ om het landgoederenlandschap rondom Beetsterzwaag voor de toekomst te behouden. De ervaringen en uitkomsten van dit drie jaar durende project dienen als voorbeeld voor andere particuliere landgoederen in Nederland, die met soortgelijke vragen zitten. Wat voor mogelijkheden hebben particuliere eigenaren om het onderhoud en de restauratie van dit arbeidsintensieve monumentale groen te bekostigen? Hoe kunnen zij deze problematiek onder de aandacht brengen van de lokale en regionale bevolking, en van de ondernemers en overheden die van de aanwezigheid en toegankelijkheid van dit bosrijke landschap profiteren?

Het project is financieel mogelijk gemaakt door de provincie Fryslân, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Stichting Van Teyens Fundatie en de eigenaren van de landgoederen, verenigd in De Opsterlandse Groene Parels. De eigenaren zijn: de familie van Harinxma thoe Slooten, a.s.r. verzekeringen, It Fryske Gea, de Stichting Van Teyens Fundatie, de Cornelia-Stichting, Golf & Countryclub Lauswolt, Staatsbosbeheer en de familie Van der Sluis.