Nieuws

Van de Wrotterspôle (2)

Camera Sietse de Boer Potlood Renske Woudstra

De moestuin is steeds populairder. Leden van Tuinvereniging De Wrotterspôle hebben ervaring. In deze maandelijkse rubriek delen zij hun kennis met de Sa!-lezers. In deze tweede aflevering de tips van de zussen Meintsje van Noordenburg en Joukje Nijboer.

Aardappelen

Plant aardappelen in wisselteelt: ze mogen maar eens in de drie jaar op dezelfde plek worden verbouwd. Bemest niet te veel, dan krijg je te veel loof. Maak een plantgat en plaats de poters, met de spruitjes aan de bovenkant, in rijen: dertig centimeter tussen elke plant en vijftig centimeter tussen de rijen. Handig om hiervoor een touw met markeringen te spannen. Zodra de plantjes boven komen, de grond aanaarden met een vorentrekker. Zo maak je van de plantrij een heuveltje, waardoor de jonge aardappels niet groen kleuren door contact met daglicht.

 

Spitten en keren

Een oud volksgezegde zegt: ‘spit de kou niet de grond in’. Met andere woorden: wacht tot de zon de grond wat opwarmt. Bemesten doen Meintsje en Joukje met droge mest van de boerderij. Compost van oud plantenmateriaal kan ook gebruikt worden.

Opkweken of koude grond

In maart konden de tuinbonen al de grond in. Veel tuinders kweken deze bonen voor in de kas en zetten de jonge plantjes daarna in de volle grond. Zaaien in koude grond rechtstreeks op het plantbed kan ook, het duurt dan een beetje langer voor de jonge plantjes verschijnen. Sla en andijvie kan het beste voorgezaaid worden in kas of vensterbank. Die kas kan iedereen zelf maken, bijvoorbeeld een bak van gestapelde stenen met een glasplaat erover. Voordat de plantjes de volle grond in gaan, is afharden verstandig. Zodra de plantjes krachtig groeien, kunnen ze de volle grond in.

Wilde bijentrekkers

Mooi en goed voor de biodiversiteit is om langs de groentetuin een rand in te zaaien met een bloemenmengsel. Hiervan profiteren bijen en wespen. Maar ook leuk om zelf een bosje van te plukken.

Mee-eters

Slakken kunnen het plezier van jonge planten in het vroege voorjaar lelijk bederven. Ze peuzelen de jonge blaadjes tot op de grond af. Gebruik geen gif om een slakkenplaag te bestrijden; slakken worden immers gegeten door vogels, egels en padden. Met worteldoek is jonge aanplant te beschermen, slakken houden niet van het droge oppervlak. De tuinders experimenteren ook met een alternatief: schaaltjes bier waar de slakken in kruipen. Zodra de plantjes groot genoeg zijn, is het probleem slakkenvraat vaak voorbij. Een alternatieve bestrijding van rupsen, witte vlieg en coloradokever is het spuiten van een oplossing van groene zeep en spiritus. Azijn helpt ook maar verdun dit wel met water, anders verbrandt de jonge aanplant.

Boontjes en spinazie

Boontjes houden van warmte. Zaai ze dan ook pas eind mei of begin juni. Spinazie kan nu gezaaid worden. Zaai het in rijtjes, die zijn makkelijker onkruidvrij te houden dan zaaibedden. Voor alle groente en aardappelen geldt: verrijk de grond met een klein beetje patentkali.