Cultuur

Van Lyndens Erfenis: een bijzonder verhaal

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

Reinhard Boelens baron van Lynden en zijn vrouw Maria van Pallandt verzamelden tijdens hun leven een imposante collectie van bijna negentig schilderijen. De bewoners van Lyndenstein in Beetsterzwaag schonken deze verzameling eind 19e eeuw aan het nog jonge Rijksmuseum in Amsterdam. De collectie vormt deze zomer de rode draad in de buitenexpositie ‘Van Lyndens Erfenis.’

De collectie Van Lynden-Van Pallandt was een meer dan welkome schenking voor het Rijksmuseum dat destijds nog maar vijf jaar bestond. De verzameling van 83 schilderijen is dan ook goed gedocumenteerd. Uit de museumcatalogus van 1912 blijkt dat maar liefst vier zalen van het museum zijn gevuld met schilderijen uit de collectie. In de loop der jaren verdwenen meer en meer schilderijen naar het depot of ze werden in bruikleen gegeven. Zo belandden er werken in de Nederlandse ambassades in Oslo en Moskou, maar ook in het Van Gogh Museum. Anno 2021 hangen nog vier doeken uit de collectie in het Rijks op zaal, waaronder ‘La Corniche bij Monaco’, het eerste schilderij van Monet dat in Nederland te zien was.

Wild idee

Veel evenementen beginnen met een wild idee. Zo ook de expositie ‘Van Lyndens Erfenis’. Na afloop van de grote Tinco-manifestatie in 2018 bedachten de vrijwilligers van Historisch Beetsterzwaag dat het een geweldig idee zou zijn om de fameuze schilderijenverzameling van baron Van Lynden terug te halen naar Beetsterzwaag. Bij het Rijksmuseum vonden ze dat ook een leuk idee, maar het bleek praktisch niet haalbaar. De waarde van de schilderijen, de verzekering, het transport, de omvang van het project. Het was allemaal iets te hoog gegrepen. In Beetsterzwaag zijn ze echter niet voor één gat te vangen. Een deel van de schilderijen is deze zomer alsnog te bewonderen in het dorp. Veelal op ware grootte, inclusief de lijsten, in hoge resolutie op panelen geprint. “Dat idee is eind vorig jaar ontstaan”, vertelt Heleen Verhage, een van de initiatiefneemsters. “Door het buiten te organiseren konden we ook beter inspelen op de coronamaatregelen.”

Tien priëlen

De expositie bestaat uit tachtig informatieve doeken die zijn opgehangen in tien priëlen, bij Lyndenstein en in de overtuin. De vrijwilligers van Historisch Beetsterzwaag verzamelden zoveel mogelijk achtergronden bij de schilderijenverzameling. Zo stuitten ze op originele documenten over de aankoop van sommige schilderijen bij bekende kunsthandelaren uit die tijd. “Zo weten we dat Van Lynden 2.400 gulden betaalde voor een stilleven met appels van Courbet”, legt vrijwilligster Gerda Vermeer uit.

Zij dook ook in de achtergronden van de School van Barbizon, een groep Franse schilders die rond het midden van de 19e eeuw naar buiten trok om landschappen te schilderen. Dat kon vanaf dat moment omdat verf ook in tubes beschikbaar kwam. Eerdere landschapsschilders waren gedwongen om buiten schetsen op papier te maken om deze later in hun atelier op doek tot schilderijen te verwerken. “Ook Nederlandse schilders trokken naar Barbizon, in de buurt van Parijs. Bij terugkomst gingen zij in de buitenlucht schilderen in de omgeving van Oosterbeek en vormden daarmee de eerste Nederlandse schilderskolonie. Later vestigde deze groep zich in Den Haag, dat toen nog direct buiten de stad een landelijke omgeving had. Rond 1870 is er dan sprake van de Haagse School.”

Van beide scholen zijn schilderijen terug te vinden in de collectie Van Lynden-van Pallandt. De huidige expositie gaat over de hele collectie, ook al waren die origineel verspreid over twee locaties. Op Lyndenstein hingen 44 schilderijen uit de periode 1850-1870 van voornamelijk Nederlandse meesters in de romantische en realistische stijl. In hun Haagse verblijf Alexanderstraat 12 hingen 45 schilderstukken van iets later datum, vooral werken van Franse en Hollandse meesters: de School van Barbizon en de Haagse School.

Van Lynden-lezingen

Bij de tentoonstelling ‘Van Lyndens Erfenis’ wordt in de zomermaanden een lezingenserie georganiseerd. De kaartverkoop voor de eerste twee lezingen is geopend.

Vrijdag 2 juli: Anton van Renssen over Freule Cornelia
Onder de titel ‘Freule Cornelia, de jonge weldoenster; haar geest was veel te groot voor d’ aarde’, gaat historicus Anton van Renssen in op het leven van Cornelia van Lynden. Zij was enig kind van de baron en barones Boelens van Lynden en overleed in 1880, nog maar twintig jaar oud. In haar korte leven maakte ze op veel mensen een onuitwisbare indruk.

Donderdag 15 juli:
Jenny Reynaerts over de collectie Van Lynden-Van Pallandt
Dr. Jenny Reynaerts is senior conservator schilderijen bij het Rijksmuseum in Amsterdam. Zij vertelt over de waarde van de collectie van bijna negentig schilderijen die het echtpaar Van Lynden-Van Pallandt naliet aan het Rijksmuseum. Ze probeert aan de hand van de verzamelgeschiedenis ook de smaak van beide echtelieden te traceren.

De lezingen (20.00 tot 21.00 uur) worden gegeven in De Buorskip in Beetsterzwaag. Entree: 10 euro per lezing. Kaarten zijn te koop op zaterdag- en zondagmiddag (13.00 tot 16.00 uur) in de overtuin van Lyndenstein, online via historischbeetsterzwaag.nl en op de avond zelf aan de zaal. Kijk voor het volledige programma op historischbeetsterzwaag.nl/lezingen.

Tsjerkepaad

Vanaf 3 juli is de St Martenskerk (Dorpskerk) elke zaterdagmiddag open. In de kerk zijn allerlei verwijzingen naar de familie Van Lynden te zien. Ook worden er vijf schilderijen met godsdienstige taferelen getoond uit de Van Lynden-collectie.

Rondleidingen

In juli en augustus geven gidsen elke zaterdag- en zondagmiddag (14.00 uur) een historische rondleiding door de Hoofdstraat van Beetsterzwaag. Met aandacht voor verschillende gebouwen en hun relatie met de familie Van Lynden. Kaartverkoop op de dag zelf vanaf 13.00 uur bij de informatietafel in de tentoonstelling.

 

Delen