Cultuur

Veenpaard zorgt voor beweging

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras Map LF2018

Afgelopen maand had Museum Opsterlân zomaar een dependance in Culturele Hoofdstad Leeuwarden. In haar pop-upatelier aan de Nieuwstad trok beeldend kunstenaar Dioni ten Busschen dagelijks veel bekijks bij het maken van het Veenpaard, blikvanger van de expositie Het Friese Paard in Beeld. Vrijdag arriveert het turfpaard per schip in Gorredijk.

“Ik heb hier wel driehonderd mensen op een dag binnen gehad”, zegt Ten Busschen. “De aanloop was veel groter dan ik had verwacht.” Nu zit ze natuurlijk ook op een locatie waar massa’s toeristen langskomen, beseft ze. En tussen de bezoekers zullen ook wel mensen rondlopen die niet zozeer voor haar kunst binnenstappen als wel voor de koelte van het oude winkelpand aan de Nieuwstad. Maar toch: “Op sommige dagen, zeker in het begin, kwam ik niet eens aan werken toe. Stond ik alleen maar uit te leggen hoe ik turf gebruik om beelden te maken. Dat doe ik nog, alleen werk ik nu gewoon door. Mensen willen ook zien hoe het Veenpaard tot stand komt. En daarbij: de tijd begint te dringen. Zaterdag 11 augustus opent namelijk de expositie Het Friese Paard in Beeld in Gorredijk.”

Gunfactor

Het oorspronkelijke idee was dat Ten Busschen, die de afgelopen jaren al tweemaal eerder met haar turfkunst in Gorredijk exposeerde, als ‘artist in residence’ in Museum Opsterlân aan het Veenpaard zou werken.  Naarmate de datum dichterbij kwam, bedacht de Amsterdamse kunstenares dat een tijdelijk atelier in de Culturele Hoofdstad veel meer publiciteit zou opleveren. Stal Synaeda in Opeinde, waar ze de anatomie van het paard bestudeerde, bracht haar in contact met een Leeuwarder makelaar die wel voelde voor haar plan. “Aan een ruimte van vijfentwintig vierkante meter in een achterafstraatje heb ik voldoende, zei ik tegen haar. En zie, nu zit ik op een A-locatie. Ik denk dat ik de gunfactor mee had.” Om niet helemaal in het industrieel historische pand te verdrinken, heeft Ten Busschen rondom haar werktafel een groot aantal eerder gemaakte beelden en doeken neergezet en opgehangen. “En nog gebruik ik niet eens de helft van het oppervlak.”

Aandacht

Museumcoördinator Jacqueline Verhoef had begrip voor Ten Busschens overwegingen om het tijdelijke atelier naar Leeuwarden te verhuizen, al liep ze in eerste instantie niet meteen over van enthousiasme bij het idee. “Ik vond het jammer voor ons. Maar ik moet toegeven: in Gorredijk hadden we nooit zoveel publiek binnengehaald. En de aandacht die Dioni daar trekt straalt ook af op het museum hier. Uiteindelijk winnen we allebei.” Of het idee van de pop-updependance naar meer smaakt, sluit Verhoef niet uit. “Het publiek vindt het spannend om de totstandkoming van een kunstwerk van dichtbij mee te maken. En er staan genoeg panden leeg in winkelstraten. Aan de ene kant verlaag je zo de drempel tot de kunst en aan de andere kant verlevendig je het straatbeeld. Ik ga er zeker over nadenken.”

Wie Museum Opsterlân de afgelopen jaren heeft gevolgd, ziet dat kunstexposities aan belang winnen. Stuurt het museum daar doelbewust op aan? Verhoef zal het niet ontkennen. “De trend is ingezet met de tentoonstelling Koeien op het Doek en daarna zijn de exposities alleen maar groter geworden. Op dat ingeslagen pad gaan we verder. Zo doen aan Het Friese Paard in Beeld behalve Dioni nog dertien bekende kunstenaars mee.” Maar het museum heeft ook de verplichting om het historische erfgoed te tonen, aldus de museumcoördinator. Hoe alle ballen in de lucht te houden binnen de beperking van de ruimte, is momenteel onderwerp van discussie. “Een van onze vrijwilligers opperde het idee om hedendaagse kunstenaars te vragen op de bestaande collecties te reageren. Dat zou een nieuwe draai aan het museum kunnen geven.” Beeldend kunstenaar Wietske Lycklama à Nijeholt uit Langezwaag bijt het spits af. Haar sculptuur van een adellijke dame te paard krijgt een aparte plek op de adelafdeling van het museum. “Het beeld van Wietske is een prachtige abstractie, maar past daardoor niet tussen het realisme van de paardenexpositie. Door het een eigen plek te geven doen we niet alleen recht aan het werk, maar laten we ook nieuw licht schijnen over de adelcollectie.”

Krimpen en bewegen

Hedendaagse kunst die voortkomt uit de historische achtergrond van een bepaalde regio geven streekmusea juist dat extra’s dat bij de grotere ‘verzamelmusea’ ontbreekt, vindt turfkunstenares Dioni ten Busschen. “In mijn eigen werk zie ik die ontwikkeling ook. Bij toeval heb ik turf als materiaal ontdekt om mee te boetseren. Omdat ik klassiek geschoold ben, ging ik voorheen heel perfectionistisch te werk. Nauwkeurig bracht ik laagje voor laagje aan. Die voorzichtigheid laat ik steeds meer los. Turf heeft een eigen wil dus laat maar krimpen, wringen en vervormen. Door te doen leer je te vertrouwen op de eigenschappen van het materiaal. Ik bedenk nu een ontwerp waarvan het resultaat niet bij voorbaat vaststaat, de grilligheid van de turf voegt iets toe. Zo krijgt de huid van mijn Veenpaard bijvoorbeeld de rimpelige textuur die je ook ziet bij veenlijken van tienduizend jaar oud. Dat fascineert niet alleen het publiek, maar mij ook.”