Cultuur

Verre verwanten van Tinco ontmoeten elkaar

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Wat hebben de Lycklama à Nijeholts van deze wereld gemeen? In ieder geval Tinco, het verre familielid uit de negentiende eeuw. Nieuwsgierig naar de expositie over hun avontuurlijke naamdrager – en naar elkaar – kwamen zo’n zeventig verwanten af op de Lycklamadag in Beetsterzwaag. Uit alle hoeken van Friesland en ver daarbuiten.

Wat ze van de Lycklamadag verwacht? “Ik soe wolris witte wolle wêr’t it jild bleaun is”, grapt Grytje Lycklama à Nijeholt uit Appelscha bij de ontvangst. “Spitigernôch binne wy allegear fan de earme tak.” Van de arme tak en niet van adel; ook dat hebben de verzamelde Lycklama’s aan de koffietafels in ’t Snackbearske met elkaar gemeen. De omvangrijke familiestamboom die Canadees Ed Lycklama her en der op verzoek uitspreidt tussen de kopjes en de gebakschoteltjes maakt duidelijk hoe het zit. De gefortuneerde adellijke tak uit Beetsterzwaag, waaronder Tinco, stierf uit aan het begin van de twintigste eeuw. De familievertakkingen aan de andere kant laten juist een opeenvolging van kinderrijke generaties zien. Als er al sprake was van oud geld dan moet het in de loop van de eeuwen tussen al die namen zijn verwaterd en opgedroogd, vermoeden de hedendaagse nazaten. “Wy ha der yn elts gefal neat fan meikrigen. En ús heit en mem ek net.”

Aanstichter

De Lycklamadag maakt onderdeel uit van het LF2018-programma rond Tinco, vertelt organisator Heleen Verhage. “De aanstichter is eigenlijk Ed Lycklama uit Canada. Ik ontmoette hem bij toeval in het museum van Cannes vorig jaar bij de voorbereiding om de expositie naar Beetsterzwaag te krijgen. Ed, die al zijn levenlang een fascinatie voor Tinco koestert en speciaal voor expositie naar Cannes was afgereisd, beloofde dat hij zou proberen om zijn broers en zusters in Canada en Amerika over te halen naar het geboortedorp van Tinco te komen. En zo ging het balletje van de Lycklamadag vanzelf rollen.”

Net als zijn naamgenoten om hem heen stamt Ed Lyklama af van kleine boertjes; wrotters uit de Noordoosthoek, de Stellingwerven en de Zuidwesthoek. Vanwege de armoedige omstandigheden en bij gebrek aan vooruitzichten emigreerden zijn heit en mem met vijf kinderen in 1948 vanuit Blija naar Canada. “Ik ben de jongste van acht en moest toen nog geboren worden.” Kort voor het vertrek vond een gezinsdrama plaats, een van de meisjes verdronk in een sloot. Haar portretje zou voor altijd op het nachtkastje van zijn ouders staan. Ook Canada bleek allerminst het beloofde land, maar uiteindelijk werkte heit Jelle zich op van eenvoudig timmerman tot zelfstandig aannemer met een groot constructiebedrijf. Het maatschappelijk succes verklaart Ed door de volhardendheid en nauwgezetheid van zijn heit. “Die karaktertrekken zitten waarschijnlijk in de familie, we hebben ook allemaal ons eigen bedrijf.”

Stamboom

Op achttienjarige leeftijd stuit Ed bij toeval op een verhaal over de avonturier TincoLycklama à Nijeholt in de reisbijlage van de Toronto Star. Tot dan toe weten hij en zijn broers en zusters niet beter dan dat ze simpelweg Lycklama heten, meer niet. “Toen ik het krantenartikel aan heit liet zien, kwamen er weer herinneringen boven. Maar ook heit weet er het fijne niet van. Ed, net als broer Heinz een computerpionier, start een blog om meer te weten te komen over zijn obscure naamdrager. Zo komt hij uiteindelijk in contact met de Tinco Foundation die de kunstwerken, oudheidkundige verzamelingen en reisverslagen uit de vergetelheid heeftgediept. Aangestoken door het enthousiasme van Ed zal heit Jelle na zijn pensionering minutieus de genealogie van de familielijnen uitpluizen. De stamboom begint in de vijftiende eeuw bij LyckleEbelens uit Nijholtpade, Ed zal er aan het eind van de dag over vertellen, waar anders dan in het Lycklamahuis.

Reislustig

De Lycklama’s uit Canada en Amerika zijn met zijn zestienen. Maar er zijn er meer van overzee en het buitenland: uit Colombia, Argentinië, Zweden en België. “Reislustig volk hoor, die Lycklama’s”, zegt Jantsje uit Drachten. Ze kan het weten want ze was vijfenvijftig jaar met een Lycklama getrouwd. “We hebben jarenlang in Afrika gewoond. Douwe zat in de kaas. Geen dromer zoals Tinco, maar een doener”, vertelt ze tijdens de expositie in het voormalige grietenijhuis. Ook haar man kwam uit een arm en kinderrijk gezin. “Maar Lycklama’s hebben iets. Niet arrogant, wel zeer aanwezig. Groots denken, voor alles bestaat een oplossing. En een baas boven hen vinden ze maar lastig. Toen ik voor de eerste keer Douwe mee naar huis nam, zei mijn moeder: Dy soe it wolris ta minister skoppe kinne.”

Nynke Lycklamaà Nijholt uit De Westerein had in haar jeugdjaren een hekel aan die lange achternaam. “As de skoallefakânsje deroan kaam, wie it altyd: jim geane seker nei it kasteel ta.” Maar met het verstrijken van de tijd groeide toch ook defierheid. “It is fansels in aparte namme.” Dat Lycklama´s moeite hebben met autoriteit, herkent ze. Nynke voelt wel verwantschap met Tinco. “Dy grutte ynteresse yn fan alles en noch wat. Maar ek it útsykje wolle, dat siet der ek by ús yn.”

De expositie, de dorpswandeling, de lunch bij de Tropische kas, het bezoek aan de Lycklamagraven op het kerhofje van Olterterp – allemaal even interessant. Maar Lycklama’s onder elkaar, dat is echt bijzonder.