Nieuws

Vliegtuigcrashes in de Tweede Wereldoorlog

Camera Sietse de Boer Potlood Arend Waninge

Het luchtruim boven Zuidoost-Friesland werd in de Tweede Wereldoorlog volop gebruikt door geallieerde vliegtuigen die hun bommen moesten lossen boven Duitse steden en havens. Ze keerden niet allemaal heelhuids van hun missie terug. Een overzicht van zeven crashes in het Sa!-gebied.

Terwispel, 14-15 augustus 1941

In de nacht van 14 op 15 augustus 1941 overleefden vijf bemanningsleden een vliegtuigcrash bij de Alde Dyk/Mouwewei in Terwispel. David Sampson, John Hamilton, Edward Alderton, Kenneth Lewis en Norman Scott zaten aan boord van de Engelse bommenwerper Whitley V Z6842 die onderweg was naar Hannover. Oberleutnant Ludwig Becker onderschepte het toestel echter al voor het Duitsland kon bereiken. De bemanningsleden maakten een noodsprong. Een van de parachutes kwam neer op een varkenshok aan de Alde Dyk in Terwispel, een andere op de dokterswoning op de hoek van de Nijewei en Hegedyk in Gorredijk. De bemanning werd gearresteerd en opgesloten in de marechausseekazerne in Gorredijk. Ze belandden later in verschillende krijgsgevangenenkampen in Duitsland, enkelen waren betrokken bij ontsnappingspogingen. Alle vijf overleefden ze de oorlog.

De graven van zes Britse RAF-vliegers die bij Terwispel omkwamen.

Terwispel, 7-8 september 1941

Op de begraafplaats aan de Hegedyk in Gorredijk liggen zes Britse RAF-vliegers: Jack Saich, Robert Banks, William Balls, Eric Trott, Walter Lowe en Aland Scotland Macdonald. Het is de bemanning van de Wellington bommenwerper Z8845 die in de nacht van 7 op 8 september 1941 brandend neerstortte op een weiland ten zuiden van de Koaibosk onder Terwispel. Het vliegtuig was onderdeel van in totaal 197 bommenwerpers die deze nacht aanvallen uitvoerden op Berlijn. Vijftien toestellen keerden niet in Engeland terug. Het bij Terwispel neergehaalde toestel werd onderschept door Oberleutnant Helmut Lent, een bekende jachtvlieger van de Duitse vliegbasis in Leeuwarden. Het Engelse toestel was het 24e vliegtuig dat hij neerhaalde. Het was voor Lent een succesvolle nacht, een uur eerder haalde hij een vliegtuig neer bij Drachtster Compagnie.

De zeven in Oudehorne omgekomen bemanningsleden van de bommenwerper liggen begraven in Nieuwehorne.

Oudehorne, 13-14 september 1942

Met alle bommen nog aan boord kwam de Engelse Lancaster bommenwerper W4108 in de nacht van 13 op 14 september 1942 in de problemen boven Friesland. Oberleutnant Ludwig Becker was eerder die nacht met zijn Messerschmitt opgestegen vanaf de vliegbasis in Leeuwarden. Hij was een succesvolle jager die al 36 toestellen uit de lucht had gehaald. De Lancaster, onderweg naar Duitsland, werd slachtoffer 37. Becker schoot het staartstuk van het vliegtuig. Dat afgebroken deel kwam brandend terecht bij de Achtste Wijk in Bontebok. Zes bemanningsleden zijn vervolgens waarschijnlijk uit het vliegtuig gezogen. Het toestel kwam uiteindelijk neer aan de Buitenweg bij Oudehorne, met piloot Dowdell nog aan boord. Alle zeven bemanningsleden kwamen om en liggen begraven op de begraafplaats in Nieuwehorne: John Adams, Edwin Dowdell, Percy Jones, Reginald Moss, Robbert Robbertson, Patrick Vivian en George Walker. Piloot Dowdell was 25 jaar en de oudste aan boord. In 1992, vijftig jaar na de crash, is aan de Buitenweg een gedenkteken onthuld, waarbij achttien nabestaanden van de bemanning aanwezig waren. Voordat het toestel neerstortte werden de bommen gelost. Een van de bommen zorgde voor een krater aan de Siebe Annesweg die ook in 1992 is hersteld.

Hemrik, 8 oktober 1943

Vrijdag 8 oktober 1943 was een mooie dag voor vliegtuigmissies. Vanuit Engeland stegen dan ook 339 bommenwerpers op richting Duitsland. De ‘Salvo Sel’ was een van de dertig van deze zogenaamde Vliegende Forten (de B-17) die niet veilig terugkeerden. De Salvo Sel crashte aan de Poostweg bij Hemrik. Dat was het slotstuk van een terugreis met hindernissen. Direct bij Bremen werd het toestel al geraakt, maar kon het verder vliegen. Er volgde een tweede aanval van de Duitsers die Douglas H. Agee, een van de bemanningsleden, het leven kostte. De Salvo Sel vloog door, maar een derde aanval van een Duitse jager bij Haule werd het toestel fataal. De Salvo Sel vloog met een wijde boog om Gorredijk heen en stortte uiteindelijk bij Hemrik neer. Alleen de eerder omgekomen Agee was nog aan boord. De overige negen bemanningsleden hadden het toestel eerder al verlaten. De tweede piloot kwam in de buurt van Gorredijk terecht en is direct door de Duitsers ingerekend. Eerste piloot William MacDonald werd opgepikt door de ondergrondse, verbleef een dag en nacht in de kerk van Lippenhuizen en vond daarna enkele weken onderdak bij Klaas Kerkstra. Later kwam hij in Drachten terecht, waar hij zijn kompanen Frank McGlinchey en Carl Spicer terugzag. Zij waren in Jubbega Derde Sluis neergekomen. De mannen probeerden via het verzet en de pilotenlijn via Spanje en Portugal weer naar Engeland terug te keren. Ze kwamen tot de Pyreneeën, waar een Duitse patrouille ze alsnog pakte. Via gevangenissen in Frankrijk en Duitsland belandden de mannen in een krijgsgevangenenkamp aan de Oostzee, waar ze na een jaar de bevrijding meemaakten. Ze keerden terug naar Amerika.

Duurswoude, 26 november 1943

Op 26 november 1943 vloog de Amerikaanse piloot Leslie Otho Amundson (23) met negen bemanningsleden in zijn B-17 Vliegend Fort terug vanaf Bremen naar de basis in Engeland. Op de terugweg werden ze onderschept door een Duits jachtvliegtuig. De B-17 had veel schade: beide linkermotoren vielen uit, de rechtervleugel, bomruimte en radiokamer werden geraakt en de benzinetanks waren doorzeefd. Amundson probeerde zo ver mogelijk te komen, maar besefte dat Engeland halen er niet in zat. De piloot besloot een noodlanding in te zetten, scheerde over het boerderijtje van de familie Duursma en landde in de heide van Duurswoude. De bemanning kon op één man na zelf het toestel verlaten. Buurtbewoners brachten de achtergebleven gewonde in veiligheid. Met hulp van het verzet kon hij later onderduiken. Na de noodlanding stak een van de bemanningsleden het toestel in brand. Met dank aan het verzet wist de bemanning te ontkomen. Amundson zelf werd op 23 december 1943 op het Centraal Station in Amsterdam opgepakt en krijgsgevangen gemaakt. De hele bemanning heeft de oorlog overleefd. Amundson keerde in 1984 nog eens terug naar de Duurswouderheide.

Bakkeveen-Siegerswoude, 25 februari 1945

In de laatste oorlogsmaanden was het een komen en gaan van geallieerde vliegtuigen boven Friesland. Om hen te beschermen tegen Duitse jagers kregen bommenwerpers begeleiding van jachtvliegtuigen. Op 25 februari 1945 kwamen de twee jachtvliegtuigen van de Amerikaanse piloten Charles Oldfield en Mark T. Wilson in de problemen. Ze waren gedwongen tussen Bakkeveen en Siegerswoude een noodlanding te maken. De Amerikanen wisten uit handen van de Duitsers te blijven en namen de benen richting Hemrik waar verzetsmensen hen oppikten. Oldfield en Wilson kwamen daarna in Hoornsterzwaag terecht bij de familie Breitsma aan de Tjonger. Ze bleven hier een dag en een nacht. Andries Breitsma leverde de beide mannen daarna af bij de Schoterlandseweg, waar winkelman Geugje Luik hen opwachtte. Hij bracht ze onderdak bij Jan Minkus aan de 9e Wijk. Hier bleven ze tot vier weken voor de bevrijding. In die onrustige weken werd in Hoornsterzwaag iemand gearresteerd die van de piloten wist. Het leidde later tot de arrestatie van Breitsma. Geugje Luik dook vervolgens een aantal nachten onder. Beide piloten werden in veiligheid gebracht en brachten de laatste oorlogsweken door bij Harke Nijboer in Hemrik. Na de capitulatie van de Duitsers keerden Oldfield en Wilson veilig in Amerika terug.

Bij de ingang van de Witte Kerk herinnert een plaquette aan de omgekomen piloot Arnaud de Saxcé.

Hemrik, 10 april 1945

Vier dagen voor de bevrijding van dit deel van Friesland liet op 10 april 1945 een Franse piloot het leven bij Hemrik. Tweede luitenant Arnaud de Saxcé steeg die dag samen met een andere Engelse Spitfire op voor een verkenningsvlucht vanuit het Brabantse Schijndel. Beide vliegtuigen waren onderdeel van het Franse squadron van de Royal Aire Force. Het door afweergeschut geraakte vliegtuig kwam neer aan de Tjalling Harkeswei bij Hemrik, voor de boerderij van Hendrik Dijkstra. De Franse piloot had inmiddels zijn vliegtuig verlaten, maar bleef met zijn half geopende parachute aan het vliegtuig haken. Toen de parachute alsnog losraakte was het voor de piloot te laat. Hij was al te dicht bij de grond en overleefde de crash niet. De tweede Spitfire wist wel te ontkomen. Arnaud de Saxcé werd twee dagen later onder grote belangstelling begraven op de begraafplaats bij de Witte Kerk van Hemrik. In 1949 is zijn stoffelijk overschot op verzoek van de familie overgebracht naar zijn geboorteplaats St.-Jean-de-Braye in Frankrijk. Bij de ingang van de Witte Kerk herinnert een gedenksteen nog altijd aan het tragische einde van deze Fransman.

Dit artikel is tot stand gekomen met dank aan het uitgebreide archief van Gosse van den Bos uit Hemrik. De informatie komt uit tal van door hem verzamelde uitgebreidere artikelen die in de loop der jaren zijn geschreven door amateurhistorici uit de regio, waaronder Hans de Jong, Lieuwe Boonstra, Henk F. Hansma, Ernst Huisman en Catrienus Meijer.