Cultuur

Zoektocht naar de vrijheid van liefde en taal

Camera Sietse de Boer Potlood Wim Bras

Nergens in De Verdwenen Peerden komt de werkelijkheid van toen zo dichtbij als in de ‘soundscape’ aan het eind van de theatervoorstelling. Het vertwijfelde hoefgetrappel van nerveus snuivende en briesende paarden klinkt zo indringend en onheilspellend dat de rillingen je over de rug lopen. Dan valt piepend en krakend een zware deur met een klap dicht.

Wie van het publiek vooraf in gedachten al een beeld van het gruwelijke lot van De Verdwenen Peerden had gevormd, heeft er vanaf nu geluid bij. Die huiverwekkende ervaring schud je niet zomaar van je af. Of het ook echt zo is gegaan weet niemand. Maar de legende doet na tweehonderd jaar nog altijd de ronde in de Stellingwerven.

In 1825 breken twee paarden los en op zoek naar een schuilplaats tegen het onweer belanden ze in de verlaten kerk van Nijeberkoop. Door de stormachtige wind valt de kerkdeur achter de dieren in het slot. De dorpelingen kerken inmiddels in de nieuwe Sint Bonifatius in het naburige Oldeberkoop en kijken niet langer om naar het vervallen godshuis. Als maanden later iemand bij toeval het oude kerkgebouwtje weer eens binnenstapt, liggen twee paardenlijken in het gangpad en zijn de kerkbanken aangevreten. Als kind kreeg Sietske Bloemhoff de tragedie van de aan de hongerdood gestorven paarden te horen van haar moeder. Op zoek naar een geschikt thema voor de theatermanifestatie van Under de Toer kwam ze de geschiedenis opnieuw tegen in een oude bundel met plaatselijke legenden. “Bij de Stellingwarver Schrieversronte dachten we gelijk: dit is ons verhaal.”

Heldenpeerden

Maar wat vertelt de legende eigenlijk? De zielige teloorgang van twee dolende dieren? Of nemen de paarden in hun zucht naar vrijheid het lot juist in eigen hand, het gevaar op een onfortuinlijke afloop trotserend? De makers van De Verdwenen Peerden kiezen voor het laatste. Wie niet waagt wie niet wint, luidt de boodschap van de voorstelling. In de woorden van het vertellerduo Attie Nijboer en Jan Berend van Elp bij aanvang: “We gaan op zoek naar de ‘heldenpeerden’. Want alleen voor wie durft te zoeken ligt vrijheid in het verschiet.” En zo zet een lange stoet van 130 man zich in beweging, met achteraan de schoolbus voor het niet-fietsende deel van het publiek. De theatrale zoektocht voert door het coulisselandschap tussen Oldeberkoop en Nijeberkoop. Onderweg vangen de fietsers zo en dan een glimp op van de paarden; de ene keer bereden door gemaskerde spookruiters, dan weer verbeeldt door een huppelend majorettepaar. Erachteraan jagend ontvouwt zich het verhaal op zes verschillende locaties. Vrijheid komt voorbij in allerlei smaken, kleuren en gedaanten, zo leren de openluchtbedrijven. En vrijheid uit zich ook in taal, de liedjes en teksten gaan in het Stellingwarfs

Eindelik vri’j

Op de open plek in het bos bij het oude kerkhof  bekent Jacob de smid in een bontgekleurd rokgewaad van twaalf bij twaalf meter zijn hunkering naar liefde. “Doe de deur now mar eupen, ‘k wil d’r zo graeg in”, zingt hij met koor. De liefde komt onverwacht voorbij in de persoon van boer Titus, wat bij verteller Jan Berend de verzuchting ontlokt; “Ach, was het nu maar 2018”. Even verderop aan de rand van het Diaconieveen hangen Titus en buurman Hendrik in een boom om te zien of ze ergens de paarden kunnen ontwaren. Ze snappen de drang naar vrijheid van de dieren wel. ‘Eindelik vri’j’ zingen ze met ondersteuning van het blaasorkestje. Achter hun rug danst het paardenpaar op de maat mee.

Op weg naar de Dellebuursterheide zien de fietsers in het voorbijgaan een viertal mensen met koffertjes door het land zeulen. Vluchtelingen? De driesprong bij de Alberdalaan symboliseert de keuze tussen het gebaande pad of de afslag naar een ongewisse toekomst, aldus verteller Attie. Zo verging het de paarden ook. Vanuit het struikgewas aan de overkant van de sloot klinkt het lied ‘Dat van die twie peerden’ gespeeld door Serge Epskamp. De singersongwriter, die ook de muziek van de andere liedjes voor zijn rekening nam, ontroert zijn toehoorders met zijn ingetogen stem en gitaarspel. “Kom, kom, we verliezen het doel van onze tocht uit het oog”, manen de vertellers het publiek tot opstappen. Een endje verderop zien de fietsers de paarden alweer dansen op de heide op muziek van countrykwartet De Capodastro’s. Tegen beter weten in? Met haar diepe stem laat zangeres Hilleke Timmer de bliksem schichten en de donder rollen in ‘De donder roast’, als voorbode van wat komen gaat.

Netvlies

Terug op De Bult in Oldeberkoop wacht voor de finale in de kerk eerst nog de picknick van hotel-restaurant Lunia. Op strobalen komt het fietspubliek even bij met soep en broodjes. Een goed moment om artistiek leider Mariken Biegman aan te schieten. Zo’n tachtig mensen van allerlei verenigingen uit dorp werken aan de voorstelling mee, vertelt de theatermaakster uit Jubbega. “De Verdwenen Peerden is een echt mienskipsproject, maar dat betekende dat ook ieder clubje zijn eigen insteek had bij het verhaal. De Schrieversronte heeft mij er bijgehaald om er een eenheid van te maken.” Biegman stapte af van het oorspronkelijke idee om de voorstelling in zijn geheel in de Bonifatiuskerk op te voeren. “Door het buitengebied erbij te betrekken, vielen alle handelingen ineens op hun plek.” Haar andere vondst is het gigantische kleed van patchwork, het terugkerende element in de voorstelling dat op het netvlies achterblijft. “Een oude droom van mij die ik zonder het dorp nooit had kunnen verwezenlijken. Symbool van mienskip in verscheidenheid.”

Onder gezang van het koor gaat het vervolgens in processie naar de kerk. De paarden hebben hun vrijheidsdrang met de dood moeten bekopen. Bij de huwelijksvoltrekking tussen Jacob en Titus lijken hun geesten onder het patchworkkleed echter weer tot leven te komen. Het is 2018, Oldeberkoop viert de vrijheid.