Nieuws

De zorg van Tante Kee

Potlood Arend Waninge

Zorg als roeping. Het zorgen voor anderen kan iemand in het bloed zitten. Dat gold zeker voor Cornelia de Jong, in Hoornsterzwaag en omgeving beter bekend als Tante Kee. Zaterdag wordt er in het kerkje van Schurega tijdens de herdenkingsbijeenkomst een boekje over haar leven gepresenteerd.

Twee vriendinnen die samen de voogdij krijgen over een kind dat haar ouders verloor. Anno 2017 lijkt dat normaal, maar dat was het direct na de Tweede Wereldoorlog zeker niet. Toch gebeurde het in 1947 in Hoornsterzwaag. Tante Kee en Tante Miep werden toen wettelijk verantwoordelijk voor de dan 12-jarige Deborah Cohen. In Hoornsterzwaag was zij echter beter bekend als Doortje Barends, haar onderduiknaam.

De voogdij had heel wat voeten in aarde. Doortje haar ouders kwamen beiden om in een Duits vernietigingskamp. Voor het jonge meisje een hard gelag. Zeker omdat na de oorlog de ouders van de vier andere kinderen die door Tante Kee en Tante Miep waren opgevangen zich wel in Hoornsterzwaag kwamen melden. Voor Doortje was er alleen een ver familielid, die vond dat het Joodse meisje in een Joodse omgeving moest opgroeien. Drie rechtszaken waren nodig om dat te voorkomen. Doortje kon uiteindelijk bij Tante Kee en Tante Miep blijven.

Vriendin Miep Het was een voorlopig slotstuk na vijftien roerige jaren in het leven van Tante Kee, in 1907 geboren als Cornelia de Jong. Als jong meisje wist ze al dat ze iets in de verpleging wilde doen. Op haar 15e verdiende ze haar eerste geld als gezinshulp in een groot gezin. In de jaren die volgden hielp Kee ook jonge moeders, in de weken na het vertrek van de vroedvrouw. Het waren jaren met in De Oosthoek nog volop armoede. Kee kreeg voor haar werk daardoor niet altijd het geld waar ze recht op had. ‘Komt het vandaag niet, dan komt het morgen wel’, was haar credo. Vaak kwam het helemaal niet. Toch was Kee bijna altijd opgewekt van aard.

In 1932 verhuisde ze naar Amsterdam om er in een Diaconessenziekenhuis een verpleegstersopleiding te volgen. Daar leerde ze de 15 jaar oudere Johanna Maria Barens kennen, meestal Miep genoemd. Ondanks het leeftijdsverschil werden ze vriendinnen. Miep kampte met een slechte gezondheid. Ze was bovendien mindervalide als gevolg van een ongeluk tijdens de geboortefeesten voor prinses Juliana in 1909. Met de dreiging van de oorlog en de slechte economische jaren dertig zochten ze steun bij elkaar. Eind jaren dertig trokken Kee bij Miep in.

Aansterken In mei 1942 verslechterde de situatie in Amsterdam. Het dragen van de Jodenster werd verplicht, er ontstond een dreigende situatie. Kee slaagde er in om via haar Friese contacten een huisje te huren in Hoornsterzwaag, Huize Rustoord aan de Schoterlandseweg. Om aan te sterken en het dreigende Amsterdam even te vergeten. Voor zo’n zes weken was de bedoeling. Ze konden niet bevroeden dat ze voor altijd in deze streek zouden blijven wonen.

Tante Kee en Tante Miep gingen niet alleen naar Friesland. Ze namen Doortje en vier andere Amsterdamse kinderen (twee jongens en twee meisjes) mee. Tante Kee probeerde buiten de deur de kost te verdienen, onder andere door bij grote gezinnen en bij de dominee in het huishouden te werken. Tante Miep bleef, mede door haar beperking, veel thuis. Ze was een handige kleermaakster en verrichtte veel verstelwerk. Ook na de oorlog bleef Tante Kee volop zorgen. Voor de aangenomen dochter Doortje, vanzelfsprekend voor Tante Miep, maar ook voor andere kostgangers die in de loop van de jaren bij hen verbleven.

Terug naar Amsterdam Doortje volgde de Christelijke school met den bijbel in Hoornsterzwaag, later de ULO in Gorredijk en daarna de Huishoudschool in Leeuwarden. Voor een stage keerde ze terug naar Amsterdam en kwam daar in contact met enkele overgebleven familieleden. Ze bleef in de hoofdstad en trouwde in 1958, onder haar geboortenaam Deborah Cohn, met Max Herz. Doortje bleef altijd nauw contact onderhouden met Tante Kee en Tante Miep in Hoornsterzwaag.

Tante Kee en Tante Miep bleven al die jaren bij elkaar. Twee vriendinnen die door de omstandigheden tot elkaar veroordeeld waren. In 1978 kregen ze beide de Yad Vashem onderscheiding, aangevraagd door hun pleegdochter. Hun namen zijn gebeiteld in de Muur van Eer in Jeruzalem, er is een boom geplant in het gedenkpark.

Vanwege haar slechte gezondheid vond Miep het prettig om op iemand te kunnen rekenen. Ze kon niet zonder Kee. Het zorgde voor een fiks dilemma toen bij Kee een man in beeld kwam, een serieuze relatie hing in de lucht. Een bedreiging voor Miep, die direct meer gezondheidsklachten kreeg. Het zorgende karakter van Kee hield haar bij Miep. Tot de dood hen scheidde. Dat was op 11 juli 1984, toen Tante Miep overleed, 91 jaar oud. Tante Kee overleed twee jaar later, op 20 januari 1986, zij werd 78 jaar.

Kroonluchters De twee vriendinnen liggen naast elkaar begraven bij het kerkje van Schurega. Het kerkje waar Tante Kee al op haar tiende kwam, waar haar hart open ging voor de mooie verhalen en de gezongen liederen. Begin jaren zeventig van de vorige eeuw spande ze zich in voor het behoud van het toen bedreigde kerkje. Ze klopte aan bij de net opgerichte Stichting Alde Fryske Tsjerken. En ze richtte een commissie op die activiteiten in het kerkje moest organiseren om daarmee de kerk te ondersteunen. Een commissie die tot op de dag van vandaag actief is.

De twee kroonluchters in de kerk zijn door Tante Kee betaald. Voor haar een verbeelding van het Licht van de verhalen en de liederen die ze in de kerk had gehoord en gezongen. Onder dat Licht lag ze opgebaard voor ze naar haar laatste rustplaats werd gebracht. Haar familie verzorgde de uitvaart. De neven en nichten kregen voor de gang naar het kerkhof te horen dat ze zich na afloop van de begrafenis in de kerk moesten melden. Daar lag voor iedereen een envelop klaar, met duizend gulden. De laatste groet van Tante Kee.

Dit artikel is gebaseerd op het door Alida Bouma-Broers geschreven levensverhaal van Tante Kee, dat is terug te vinden in het boekje ‘Onder de vleugels van een markante vrouw’, samengesteld door het Dokumintaasjesintrum Jobbegea, Skuorregea en Hoarnstersweach. Het boekje wordt op zaterdag 5 augustus (14.00 uur) gepresenteerd tijdens een herdenkingsbijeenkomst in het kerkje van Schurega. Dit boekje is 10 euro verkrijgbaar bij het documentatiecentrum.